Onbevooroordeeld zijn; een kwaliteit of een handicap?

Tijdens een teamsessie met marketingprofessionals had ik het weer, die tweestrijd. Spreekt een bepaald kenmerk nou voor je of juist tegen je?

 

Ik ben in mijn werk als organisatiecoach graag onbevooroordeeld, ik denk dat het een kwaliteit is. Ik identificeer me ook met mensen waarvan ik denk dat ze onbevooroordeeld naar hun omgeving kijken. Zo ook met de hoofdpersonage in Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck. Prachtig  geschreven. Korte zinnen, onbevangen. Hij houdt van oubollige cafés en praten over voetbal en er gilt iemand; alsof ie gewonnen heeft, of iemand toejuicht, dat kan ook, zijn zo een paar zinnen. Beetje Belgisch en helemaal mijn stijl. De schrijfster houdt het bij observeren, voelen en teruggeven wat het met haar doet en houdt het daarbij ook nog interessant.

Ik vind dat knap.  Er zijn zo veel schrijvers die je hun mening opdringen. Ik zit er niet op te wachten. So much voor de kwaliteit onbevooroordeeld ;-).

Tijdens die recente teamcoachingssessie dus zag ik het weer: twee deelnemers die werkelijk van een andere planeet lijken te komen. De een gaat prat op haar oordeelvrij observeren, de andere deelneemster vindt het wel stoer dat ze steeds een mening heeft en haar collega’s zullen dit weten ook! Tegelijkertijd ook een bepaalde bewondering, vice versa. De oordeelvrije dame wenst dat ze soms ongezouten haar mening kan geven. Degene ‘met de vuist op tafel’ zou willen dat ze af en toe eerst zaken eens wat verder onderzoekt voordat haar mening een eigen leven gaat leiden, ook binnen het team.

Oordeelvrij als ik wil zijn, geef ik dan aan tijdens zo’n teamsessie: Het is niet goed of fout, allebei niet. Kijk naar de situatie: wat als je doordraaft in kwaliteit? Teveel van het goede kan tegen je gaan werken, zeg ik ook nu weer, geheel oordeelvrij ;-).

Ik snap ook wel dat ik daarmee niet wegkom in een dergelijke sessie met doorgewinterde professionals. Een theoretisch model brengt dan vaak het nodige inzicht. Ook het kernkwadrant van Daniel Ofman (2007) helpt om zaken te duiden in een dergelijk schijnbare tegenstelling. Want als ik teveel van mijn kwaliteit onbevooroordeeld laat zien, leidt dat wellicht tot het beeld van geen mening. Dat wil je ook niet. En als ik teveel stelling neem, word ik misschien wel gezien als eigengereid. Dat helpt ook niet in samenwerking. Een theoretisch model is dan welkom. Of een uitvlucht, dat kan ook.

Want ook de hoofdpersoon in Kom hier dat ik u kus geeft haar ongezouten mening over bepaalde intergenerationele kwesties, hetzij fijntjes verpakt in observaties en vragen. Ook hier blijkt het weer te gaan om het gaat er niet om hoe je het bedoelt, het gaat erom hoe je overkomt.

En dat is dan toch weer de kern van een teamontwikkeltraject. Als we samen verder willen komen, zullen we moeten accepteren dat jouw kernkwaliteit wellicht de uitdaging van de ander is, en vice versa. Erken je eigen mikmakken, kijk ernaar met een knipoog en gebruik de kwaliteiten van je collega, in alle openheid naar elkaar toe. Een mooi proces, vind ik.

Bron: Op de Beeck G. (2014). Kom hier dat ik u kus. Uitgeverij Prometheus. Amsterdam